Terug naar overzicht
Jaap: Het was niet voor niets, dat kijkonderzoek. Zeven poliepjes troffen ze aan.

Jaap: Het was niet voor niets, dat kijkonderzoek. Zeven poliepjes troffen ze aan. 12-11-2015

Jaap Fleur, voormalig Hodgkin lymfoon-patiënt, deed mee aan lopend onderzoek van het Nederlands kankerinstituut Antoni van Leeuwenhoek. Daarin krijgen ex-Hodgkin-patiënten zoals Jaap een kijkonderzoek om darmkanker in een vroeg stadium op te sporen via darmpoliepen. Bij Jaap vonden ze er zeven.


"Ik had Hodgkin lymfoom”, zegt Jaap, “tussen de derde en laatste fase in. Dat betekent dat bijna al je lymfeklieren aangetast zijn. Ik werd behandeld met chemotherapie in het Antoni van Leeuwenhoek. In eerste instantie succesvol. Maar een paar jaar later kwam de kanker terug, bij mijn sleutelbeen. Toen werd ik bestraald. Mijn haar werd dun, ik was moe, leuk was anders. Maar ik kon wel doorwerken, daar was ik blij mee.”

Leren relativeren

Heeft zijn ziekte hem veranderd? Jaap denkt na. “Toch wel. Ik heb leren relativeren. Ik was houtagent, een soort makelaar in hout. Best moeilijk soms in deze fase te werken als zelfstandige. Maar als je eenmaal hebt gehad wat ik had, krijg je iets van ‘ik doe m’n best, meer kan ik niet doen, wil je meer, dan bekijk je het maar’. Ik laat me niet meer gek maken.”

Jaap vertelt over het onderzoek naar darmkanker. “Ik ben altijd onder controle gebleven bij een radiotherapeut in het Antoni van Leeuwenhoek. Die wist dat collega’s van hem bij voormalige Hodgkin lymfoom-patiënten een coloscopie adviseren om darmkanker voor te zijn. Natuurlijk deed ik aan het onderzoek mee. Je moet weten dat ze bij mijn vrouw ook al eens poliepen hebben weggehaald en ook bij mijn zus. Die had net als ik Hodgkin.”

Niet voor je lol

En? “Je doet het natuurlijk niet voor je lol, zo’n kijkonderzoek. Maar het was niet voor niets. Zeven poliepjes troffen ze aan. Die zijn meteen verwijderd. Vier dagen later zou ik de uitslag horen. Goedaardig.” Jaap Fleur is geen man van grote woorden: “Ik ben niet zo snel zenuwachtig, maar… dat was wel een opluchting.”